INTRODUCTIE
Dit voorbeeld gaat er van uit dat u al bekend met enkele basisstappen voor het oplossen van een beeldpuzzel, zoals deze hier is beschreven. Deze pagina gaat dieper in op stappen, die vooral handig zijn, wanneer de beeldpuzzel meer kleuren heeft. U zult echter nog meer logische stappen moeten toepassen om alle beeldpuzzels op te lossen!
We beginnen met de volgende lege beeldpuzzel:

BASISPRINCIPES
Een beeldpuzzel bevat rijen (horizontaal) en kolommen (verticaal), waarin is aangegeven hoeveel vakken van een bepaalde kleur voorkomen. Als er verwezen wordt naar een kolomnummer dan is geteld vanaf de meest linker kolom (kolomnummer 1). Als er verwezen wordt naar een rijnummer dan is geteld vanaf de bovenste rij (rijnummer 1).
Bijvoorbeeld in kolom 2 staan twee zwarte getallen (2 en 1). Dat houdt in dat er ergens in deze kolom een reeks van 2 zwarte vakken onder elkaar ligt en daaronder, gescheiden door minimaal één wit vak, ligt een 'reeks' van 1 zwart vak.
In kolom 3 staan twee zwarte getallen (3 en 1) en twee rode getallen (5 en 7). Gezien de volgorde van de getallen betekent dit dat er ergens in deze kolom een reeks van 3 zwarte vakken onder elkaar ligt en daaronder ligt een reeks van 5 rode vakken. Vervolgens is er nog een reeks van 7 rode getallen en tot slot een 'reeks' van 1 zwart vak.
Bedenk dat tussen twee reeksen van verschillende kleuren niet altijd een wit vak hoeft te zijn. Ze kunnen ook tegen elkaar liggen. Tussen twee reeksen van dezelfde kleur hoort altijd minimaal 1 wit vak.
In het programma en in het voorbeeld betekent een stip dat het zeker is dat het vak wit blijft.

OPLOSSEN STAP 1
Neem de rijen 10 en 25. Daar staat dat er één reeks van 19 zwarte vakken voorkomt. Omdat de hele breedte van de beeldpuzzel precies 19 vakken is, betekent dit dat alle vakken in de twee rijen gevuld kunnen worden. Om aan te geven dat u klaar bent met deze reeks, zet u een diagonale streep door het bijbehorende getal.
Als u naar de onderste rij kijkt, dan ziet u dat er in de kolommen 2 tot en met 18 onderaan een reeks van één zwart vak is. Deze heeft u nu meteen allemaal gevonden en ze kunnen doorgestreept worden. Alleen de reeksen in kolommen 2, 7 en 18 hebben een andere zwarte reeks er boven liggen en dan kunnen we een stip boven de betreffende reeks zetten. Voor de kolommen 3 - 6 en 8 - 18 geldt dat er een rode reeks boven ligt en dus kan het vak erboven rood zijn, maar het hoeft niet. Kortom, we weten het nog niet. De beeldpuzzel ziet er dan zo uit:

OPLOSSEN STAP 2
We gebruiken nu het feit dat de beeldpuzzel meer kleuren heeft. In kolom 3 ziet u dat er een reeks van 7 aaneengesloten rode vakken voorkomt. Als u naar de verdeling van de rode vakken over de rijen kijkt, dan ziet u dat een aaneengesloten reeks van 7 rode vakken alleen mogelijk is tussen de rijen 18 en 24. In alle andere gevallen zal er een onderbreking van de reeks zijn, omdat sommige rijen geen rode vakken bevatten.
Hetzelfde geldt voor de rode reeks met lengte 7 in kolom 6. We kunnen deze twee reeksen kleuren en de bijbehorende getallen afvinken.
Tevens is duidelijk dat de nu gekleurde vakken de eerste en tweede rode reeksen met lengte 1 in de rijen 19 tot en met 24 zijn. We kunnen daar dus stippen zetten en de bijbehorende getallen afvinken. is. Het resultaat is dan als volgt:

OPLOSSEN STAP 3
Dezelfde redenatie kunnen we nu toepassen op de rode reeksen met lengte 10 in de rijen 18 en 22. Die reeksen passen alleen tussen de kolommen 8 en 17.
En hetzelfde geldt voor de rode reeksen met lengte 5 in de kolommen 3 en 6. De enige plek in de kolom waar ze nog passen is van rij 12 tot en met 16. Ook nu geldt dat dit meteen de twee meest linkerreeksen van lengte 1 moeten zijn en dus kunnen we stippen zetten en de bijbehorende getallen afvinken.
Het is nu tijd voor een tussenstand:

OPLOSSEN STAP 4
De rode reeks van 4 in rij 18 kan nu alleen nog maar van kolom 3 tot en met kolom 6 lopen.
Hetzelfde geldt voor de eerste rode reeksen van 4 in de rijen 12 en 16.
In kolommen 8 en 17 ziet u twee reeksen van 5 onder elkaar. In beide gevallen is er alleen ruimte voor deze reeksen tussen de rijen 12 tot en met 16 en daaronder de rijen 18 tot en met 22. We kunnen ze afvinken en op diverse plaatsen stippen zetten, zodat we komen tot het volgende resultaat:

OPLOSSEN STAP 5
We maken nog steeds gebruik van het feit dat de mogelijkheden tot het plaatsen van rode reeksen beperkt zijn. In rijen 12 en 16 kunnen de rode reeksen met lengte 5 en 4 alleen nog maar tussen de kolommen 8 tot en met 12 en 14 tot en met 17.
De rode reeksen met lengte 5 in de kolommen 12 en 14 passen alleen nog maar tussen de rijen 12 tot en met 16.
Tot slot passen de zwarte reeksen met lengte 16 in de kolommen 1 en 19 alleen tussen de rijen 10 en 25. We kunnen de nodige reeksen afvinken en vakken opvullen met stippen, zodat we de onderkant van de beeldpuzzel af hebben. Dan verschijnt het volgende resultaat:

OPLOSSEN STAP 6
Er zijn nog een paar rode reeksen over en volgens dezelfde redenatie is dit het resultaat:

EINDRESULTAAT
Tot slot vullen we de zwarte reeksen zoals beschreven is in Voorbeeld 1 en dit is het eindresultaat: